De chauffeur

In elke nieuwsbrief zetten we een vrijwilliger achter de schermen in de spotlights. Vandaag de eer aan wensambulancechauffeur en trainer Alex Visser. Hij is al vijf jaar betrokken bij De Veluwse Wens Ambulance. “Ik heb veel over voor mijn zieke medemens.”

Waarom ben je betrokken bij De Veluwse Wens Ambulance?
Het zit in mijn bloed; ik wil iets doen voor de zwakkere mens. De mensen voor wie we ons inzetten hebben menselijkerwijs niet lang meer te leven. Ik ben gezond en zet alles op alles om ze een leuke dag te bezorgen.

Wat doe je binnen De Veluwse Wens Ambulance?
Naast het rijden in de wensambulance, zit ik in de vrijwilligerscommissie en train ik vrijwilligers. Het rijden in een wensambulance vergt oefening. Je vervoert een ernstig zieke en er kan onderweg van alles gebeuren. Tijdens de trainingen leer ik ook veel van de vrijwilligers. Soms hoor je ook over wensritten die er zijn ingehakt.

Ken je die momenten zelf ook?
Ik kan alles goed een plekje geven en heb nooit slapeloze nachten, maar ik ben wel gewoon mens. In dit werk kom je altijd tot een emotioneel punt. Mensen zien of beleven iets voor de allerlaatste keer, dit raakt je hoe dan ook. Onderling praten we hierover. Vaak zie je grote kerels dan kleine mensjes worden. Dit mag er ook zijn, we hoeven ons hier niet voor te schamen.

‘IN DIT WERK KOM JE ALTIJD TOT EEN EMOTIONEEL PUNT’

Wat raakt jou?
Het raakt me ook als ik vlak voor vertrek hoor dat iemand is overleden. Mensen hadden graag nog iets gewild, maar het is niet gelukt. In een uur tijd kan de situatie omslaan. Een wensvraag uitstellen, kan niet.

Welke momenten blijven je bij?
We namen een keer iemand mee die er slecht aan toe was. Op de wensplaats fleurde hij helemaal op. Beide armen gingen in de lucht. ‘Yes, ik heb het gehaald!’, zei hij. Mensen bloeien op tijdens een wensdag.

Elke rit is er een met een lach en een traan. Ik kwam een keer bij een ernstig zieke vrouw. Ook al wist ik vooraf van haar situatie; toen ik haar zag, moest ik slikken. Ze woog nog maar 45 kilo. In dit werk moet je je snel herpakken, het is onze taak er te zijn voor de mensen.

We namen ook een keer een vrouw mee naar Dolfinarium. Ze vroeg of we paling lusten. ‘Daar mag je mij voor wakker maken’, zei ik. Na afloop wilde ze nog graag langs de viskraam, hier kwam ze iedere maand met haar man. Daarna brachten we haar terug naar het ziekenhuis. Opeens hoorde ik: ‘Kom eens hier, jochie!’ ‘Wilt u me een cijfer geven?’, grapte ik. ‘Je krijgt een 10,5’, zei ze met een glimlach, ‘en als dank wil ik iets geven.’ Ze gaf me een pond paling. Op zo’n moment schiet je vol.

Soms neem ik een dag vrij, zodat een wensrit kan doorgaan. Iemand kan een dag later overleden zijn. Die drive hebben alle vrijwilligers. We staan voor hen klaar: met een lach, een traan en de nodige humor.